Energie besparen in de keuken: 10 praktische tips

Energie besparen in de keuken door te koken met een deksel op de pan

In de keuken staan verschillende apparaten die dagelijks energie gebruiken. Denk aan de koelkast, vriezer, vaatwasser, oven, kookplaat en waterkoker. Je hoeft deze apparaten niet meteen te vervangen om minder energie te verbruiken. Met kleine aanpassingen in de manier waarop je kookt, afwast en eten bewaart, kun je al besparen.

Het voordeel is dat veel van deze aanpassingen nauwelijks extra moeite kosten. Door een paar vaste gewoontes aan te leren, voorkom je onnodig energie- en waterverbruik. Met deze tien praktische tips maak je jouw keuken stap voor stap zuiniger.

1. Kook met een deksel op de pan

Een pan zonder deksel verliest tijdens het koken voortdurend warmte. Daardoor duurt het langer voordat water kookt en moet de kookplaat meer energie leveren. Met een goed passend deksel blijft de warmte beter in de pan.

Zodra het water kookt, kun je de kookstand meestal lager zetten. Water wordt op een hogere stand niet heter dan het kookpunt; het verdampt alleen sneller. Controleer tijdens het koken wel of het gerecht voldoende blijft koken of sudderen.

Bij sommige gerechten kun je de kookplaat iets eerder uitschakelen en de resterende warmte gebruiken. Dit werkt vooral bij elektrische en keramische kookplaten, die na het uitschakelen nog een tijdje warm blijven.

2. Verwarm niet meer water dan nodig

Voor thee, koffie of koken wordt regelmatig meer water verwarmd dan werkelijk nodig is. Dat extra water kost iedere keer opnieuw energie.

Vul de waterkoker daarom met ongeveer de hoeveelheid die je gaat gebruiken. Een kopje of maatstreepje kan helpen om dit nauwkeurig af te meten. Ook bij het koken van groenten, aardappelen of eieren is een grote pan vol water vaak niet nodig.

Ontkalk de waterkoker en het koffiezetapparaat regelmatig. Kalkaanslag kan de werking van het apparaat verminderen. Een kokendwaterkraan is gemakkelijk, maar gebruikt ook energie om water voortdurend warm te houden. Kijk daarom goed of het gebruik bij jouw huishouden past.

3. Stem de pan en kookzone op elkaar af

Gebruik een pan die ongeveer even groot is als de kookzone. Bij een kleine pan op een grote kookzone gaat een deel van de warmte langs de pan verloren. Een veel te grote pan op een kleine zone warmt juist minder gelijkmatig op.

Een vlakke bodem zorgt voor goed contact met een elektrische of keramische kookplaat. Controleer bij inductie of de pan geschikt is voor inductiekoken. Is de bodem krom of beschadigd, dan kan het opwarmen langer duren.

Kies daarnaast een pan die past bij de hoeveelheid eten. Een grote, zware pan gebruiken voor een kleine portie kost meer tijd en energie dan nodig.

4. Gebruik de oven en airfryer bewust

Een oven gebruikt relatief veel energie om de volledige ruimte op temperatuur te brengen. Verwarm hem daarom alleen voor wanneer dat voor het recept nodig is. Bij veel ovenschotels, broodjes en restjes kun je het gerecht al tijdens het opwarmen in de oven zetten.

Open de ovendeur zo weinig mogelijk. Iedere keer dat je de deur opent, ontsnapt er warmte en moet de oven opnieuw op temperatuur komen. Als het past, kun je meerdere gerechten tegelijkertijd of direct na elkaar bereiden.

Voor een kleine portie kan een airfryer soms zuiniger zijn, omdat de ruimte kleiner is en het apparaat vaak sneller opwarmt. Dat betekent niet dat een airfryer altijd de beste keuze is. Het werkelijke verbruik hangt af van het vermogen, de bereidingstijd en de hoeveelheid eten. Voor grote porties kan een oven praktischer zijn.

5. Gebruik het eco-programma van de vaatwasser

Laat de vaatwasser bij voorkeur pas draaien wanneer hij goed gevuld is. Twee halfvolle programma’s gebruiken meestal meer stroom en water dan één volle vaatwasser. Zorg er wel voor dat de sproeiarmen vrij kunnen bewegen en het water overal bij kan.

Voor normaal vuile vaat is het eco-programma meestal de zuinigste keuze. Dit programma duurt langer, maar wast op een lagere temperatuur en gebruikt daardoor minder energie en water dan het standaardprogramma.

Voorspoelen onder een warme kraan is meestal niet nodig. Verwijder etensresten en schraap borden leeg voordat je ze inruimt. Reinig ook regelmatig het filter en controleer of de sproeiarmen niet verstopt zijn.

6. Stel de koelkast en vriezer goed in

Stel de koelkast in op 4 °C. Bij deze temperatuur blijft eten veilig gekoeld zonder dat de koelkast onnodig koud staat. Controleer de werkelijke temperatuur bij voorkeur met een losse koelkastthermometer, want de cijfers op een draaiknop geven niet altijd het aantal graden aan.

Voor de vriezer is minimaal -18 °C een geschikt uitgangspunt. Een veel lagere temperatuur is voor normaal gebruik meestal niet nodig en kan het energieverbruik verhogen.

Plaats een koelkast of vriezer bij voorkeur niet direct naast een oven, radiator of andere warmtebron. Zorg ook dat warmte aan de achterkant of onderkant van het apparaat weg kan. Open de deur zo kort mogelijk en bedenk vooraf wat je nodig hebt.

7. Laat restjes snel en veilig afkoelen

Een dampende pan direct in de koelkast zetten, verwarmt tijdelijk de lucht en de andere producten in de koelkast. Laat een warm gerecht daarom eerst afkoelen. Verdeel een grote hoeveelheid over kleinere, afsluitbare bakjes om dit sneller te laten verlopen.

Laat bederfelijke restjes echter niet uren op het aanrecht staan. Volgens het Voedingscentrum moeten ze binnen twee uur zijn afgekoeld en in de koelkast of vriezer worden geplaatst. Je kunt een pan sneller laten afkoelen door hem in een laagje koud water te zetten en het gerecht af en toe om te roeren.

Bewaar restjes afgedekt en zet eventueel de datum op het bakje. Zo verklein je de kans dat eten wordt vergeten en uiteindelijk moet worden weggegooid.

8. Voorkom ijsvorming en controleer deurrubbers

Een laag ijs in de vriezer neemt ruimte in en kan ervoor zorgen dat het apparaat minder efficiënt werkt. Ontdooi een vriezer wanneer er duidelijk ijs op de wanden of laden ontstaat. Volg daarbij de aanwijzingen van de fabrikant.

Controleer ook de rubberen afsluiting rond de deur. Plaats een vel papier tussen de deur en trek eraan nadat de deur gesloten is. Glijdt het papier zonder weerstand los, dan sluit het rubber op die plek mogelijk niet goed aan.

Houd de vriezer overzichtelijk. Als je snel kunt vinden wat je zoekt, hoeft de deur minder lang open te blijven. Controleer daarnaast of ventilatieopeningen vrij zijn van stof en vuil.

9. Beperk sluipverbruik van keukenapparaten

Koffiezetapparaten, magnetrons en andere keukenapparaten kunnen in de stand-bystand een kleine hoeveelheid stroom blijven gebruiken. Bij één apparaat is dat vaak beperkt, maar meerdere apparaten staan soms dag en nacht aangesloten.

Schakel apparaten volledig uit als je ze langere tijd niet gebruikt. Een stekkerdoos met schakelaar of een geschikte slimme stekker kan daarbij helpen. Gebruik zo’n schakelaar alleen bij apparaten die veilig volledig van de stroom kunnen worden gehaald.

Sluit een koelkast of vriezer nooit aan op een automatische uitschakeling om energie te besparen. Deze apparaten moeten blijven werken om voedsel veilig gekoeld te houden.

10. Onderhoud apparaten en vervang ze niet te snel

Goed onderhoud helpt apparaten efficiënt en veilig te blijven werken. Ontkalk de waterkoker en het koffiezetapparaat, maak filters schoon en verwijder stof bij ventilatieopeningen. Raadpleeg hiervoor altijd de handleiding van het apparaat.

Een werkend apparaat direct vervangen door een nieuw, zuiniger model is niet automatisch de voordeligste of duurzaamste keuze. Kijk eerst of schoonmaken, onderhoud of een reparatie het probleem kan oplossen.

Is een apparaat versleten, defect of uitzonderlijk onzuinig, vergelijk dan bij vervanging het energielabel, het formaat en het verwachte jaarverbruik. Kies geen groter apparaat dan je huishouden nodig heeft. Een grote koelkast of vaatwasser gebruikt vaak meer energie, ook wanneer hij maar gedeeltelijk wordt benut.

Waar kun je het beste beginnen?

Je hoeft niet alle veranderingen tegelijk uit te voeren. Begin met drie eenvoudige gewoontes die bij jouw huishouden het meeste verschil kunnen maken. Zet bijvoorbeeld de koelkast op 4 °C, gebruik het eco-programma van de vaatwasser en verwarm alleen de hoeveelheid water die je nodig hebt.

Kijk vervolgens een week lang bewust naar het gebruik van de keuken. Welke apparaten staan onnodig aan? Hoe vaak draait de vaatwasser halfvol? Wordt de oven regelmatig voor één kleine portie gebruikt? Door eerst te observeren, ontdek je waar je zonder veel moeite kunt besparen.

Veelgemaakte fouten bij energie besparen in de keuken

Bij het besparen op energie worden soms keuzes gemaakt die weinig opleveren of juist onpraktisch zijn. Let vooral op deze veelgemaakte fouten:

  • Een goed werkend apparaat vervangen zonder naar de totale kosten en levensduur te kijken.
  • De koelkast kouder zetten dan nodig is.
  • Het eco-programma vermijden omdat het langer duurt.
  • De vaatwasser laten draaien terwijl hij nog nauwelijks gevuld is.
  • Een koelkast of vriezer aansluiten op een timer of automatisch uitschakelende slimme stekker.
  • Alleen naar het vermogen van een apparaat kijken en niet naar de gebruiksduur.
  • Warme restjes te lang buiten de koelkast laten staan.

De beste besparingen zijn veilig, gemakkelijk vol te houden en passend bij de manier waarop je de keuken gebruikt.

Veelgestelde vragen

Wat verbruikt de meeste energie in de keuken?

Dat verschilt per huishouden en apparaat. Een koelkast en vriezer staan voortdurend aan, terwijl een oven, vaatwasser en kookplaat per gebruik meer vermogen kunnen vragen. Hoe vaak en hoe lang je een apparaat gebruikt, bepaalt uiteindelijk een groot deel van het totale verbruik.

Is een airfryer altijd zuiniger dan een oven?

Nee. Voor een kleine portie kan een airfryer zuiniger zijn doordat hij snel opwarmt en een kleinere ruimte verwarmt. Bij grote hoeveelheden of meerdere gerechten kan een oven praktischer zijn. Vergelijk het vermogen, de bereidingstijd en de hoeveelheid eten om te bepalen welke optie het beste past.

Is het eco-programma van de vaatwasser echt zuiniger?

Ja, voor normaal vuile vaat is het eco-programma doorgaans de zuinigste keuze. Het programma duurt langer, maar gebruikt een lagere temperatuur en daardoor minder energie. De langere programmaduur betekent dus niet dat het programma automatisch meer stroom verbruikt.

Welke temperatuur is geschikt voor de koelkast en vriezer?

Stel de koelkast in op 4 °C en de vriezer op minimaal -18 °C. Controleer de koelkasttemperatuur eventueel met een losse thermometer. De standen op een draaiknop komen namelijk niet altijd rechtstreeks overeen met het aantal graden.

Stap voor stap energie besparen in de keuken

Energie besparen in de keuken begint vooral met slimmer gebruik van de apparaten die er al staan. Een deksel op de pan, een goed gevulde vaatwasser en de juiste koelkasttemperatuur lijken kleine veranderingen, maar worden iedere dag opnieuw toegepast.

Kies eerst de tips die gemakkelijk in jouw routine passen. Zodra deze gewoontes vanzelf gaan, kun je verder kijken naar onderhoud, sluipverbruik en de momenten waarop een apparaat uiteindelijk moet worden vervangen. Zo maak je de keuken stap voor stap zuiniger, zonder in te leveren op gemak of veiligheid.