Een LED-lamp kiezen lijkt eenvoudig, maar op de verpakking staan veel verschillende waarden en symbolen. Alleen naar het wattage kijken is niet genoeg. De fitting, hoeveelheid licht, lichtkleur en geschiktheid voor een dimmer bepalen uiteindelijk of de lamp prettig werkt.
Met deze zeven aandachtspunten kies je een LED-lamp die past bij de armatuur, de ruimte en het gewenste gebruik.
Wil je eerst bepalen waar je de lampen plaatst? Bekijk dan ook de tips voor verlichting in een kleine woonkamer.
1. Controleer eerst de fitting
De fitting is het gedeelte waarmee je de LED-lamp in de armatuur draait of vastzet. De nieuwe lamp moet exact dezelfde fitting hebben als de armatuur.
Veelvoorkomende fittingen zijn:
- E27: de grote schroeffitting
- E14: de kleine schroeffitting
- GU10: vaak gebruikt bij plafondspots
- GU5.3: een steekfitting met twee dunne pinnetjes
- G9: een compacte steekfitting die vaak in kleinere armaturen zit
Bekijk bij twijfel de code op de oude lamp of op de armatuur. Controleer ook de afmetingen. Een LED-lamp kan de juiste fitting hebben, maar alsnog te groot zijn voor een smalle of gesloten lampenkap.
Let bij GU5.3-lampen extra op de spanning en eventuele transformator. Niet iedere combinatie van een oudere transformator en een nieuwe LED-lamp werkt probleemloos.
2. Kijk naar lumen in plaats van alleen watt
Het wattage geeft aan hoeveel elektriciteit een lamp gebruikt. Het zegt bij LED-verlichting niet rechtstreeks hoeveel licht de lamp produceert. Daarvoor kijk je naar het aantal lumen.
Hoe meer lumen, hoe meer licht de lamp geeft. Een laag aantal lumen is geschikt voor zachte sfeerverlichting. Voor een plafondlamp, werkplek of leeslamp heb je meestal meer lumen nodig.
Als globale vergelijking:
- Ongeveer 470 lumen komt overeen met het licht van een traditionele gloeilamp van circa 40 watt
- Ongeveer 800 lumen komt overeen met circa 60 watt
- Ongeveer 1.050 lumen komt overeen met circa 75 watt
Deze vergelijkingen zijn indicaties. Een lampenkap, de richting van het licht en de kleur van de muren beïnvloeden hoeveel licht je uiteindelijk ervaart.
Bekijk daarom ook de functie van de lamp. Een kleine tafellamp hoeft niet dezelfde hoeveelheid licht te geven als de centrale plafondverlichting.
3. Kies een passende lichtkleur
De lichtkleur wordt aangegeven in kelvin, afgekort als K. Een lage waarde geeft warm, gelig licht. Een hogere waarde zorgt voor koeler en witter licht.
Veelgebruikte lichtkleuren zijn:
- 2.200 tot 2.700 K: extra warm tot warmwit licht
- Ongeveer 3.000 K: iets frisser warmwit licht
- Ongeveer 4.000 K: neutraal wit licht
- 5.000 K of hoger: koel licht dat op daglicht kan lijken
Voor de woonkamer en slaapkamer wordt meestal warmwit licht gekozen. In een keuken, badkamer of werkkamer kan iets neutraler licht praktisch zijn.
Gebruik in één ruimte bij voorkeur lampen met ongeveer dezelfde lichtkleur. Grote verschillen tussen geel en koelwit licht kunnen onrustig ogen.
Wil je de lichtkleur kunnen aanpassen? Dan kun je kiezen voor een slimme LED-lamp of een lamp met instelbaar wit licht. Controleer wel of je voor alle functies een app, afstandsbediening of aanvullende apparatuur nodig hebt.
4. Vergelijk het energielabel en verbruik
Het huidige Europese energielabel voor lichtbronnen loopt van A tot en met G. A is het meest energiezuinig en G het minst zuinig binnen deze schaal.
Sinds 1 september 2021 geldt een strengere indeling. Daarom kan een moderne LED-lamp label E, F of G hebben en toch veel zuiniger zijn dan een oude gloei- of halogeenlamp. Vergelijk nieuwe lampen dus niet rechtstreeks met de vroegere labels A+ en A++.
Op het label staat ook het elektriciteitsverbruik per 1.000 branduren. Hiermee kun je lampen met ongeveer dezelfde hoeveelheid licht eerlijker vergelijken.
Kijk daarbij altijd naar zowel lumen als verbruik. Een lamp die minder watt gebruikt maar ook veel minder licht geeft, is niet automatisch de beste keuze.
De QR-code op het energielabel verwijst naar de Europese productdatabase. Daar kun je onder andere informatie vinden over de lichtopbrengst, kleurtemperatuur en fitting.
Bekijk ook deze praktische manieren om energie te besparen in huis.
Op de website van de Europese Commissie lees je meer over het energielabel voor lichtbronnen.
5. Controleer of de lamp dimbaar is
Niet iedere LED-lamp kan worden gedimd. Op de verpakking staat of de lamp dimbaar is. Staat dit er niet duidelijk bij, ga er dan niet vanuit dat het mogelijk is.
Ook de dimmer zelf moet geschikt zijn voor LED-verlichting. Een oude dimmer die voor gloei- of halogeenlampen is gemaakt, kan problemen veroorzaken. De lamp kan dan bijvoorbeeld:
- Flikkeren
- Zoemen
- Niet ver genoeg dimmen
- Onregelmatig aan- en uitgaan
Controleer daarom zowel de minimale als maximale belasting van de dimmer. Bij meerdere lampen tel je het vermogen van alle aangesloten lampen bij elkaar op.
Wil je zonder wanddimmer verschillende lichtstanden gebruiken? Dan kan een slimme lamp of een LED-lamp met vaste dimstanden een alternatief zijn.
6. Let op de vorm en lichtbundel
LED-lampen zijn verkrijgbaar in verschillende vormen. Denk aan een klassieke peervorm, kaarslamp, kogellamp, filamentlamp en spot.
De vorm moet niet alleen in de armatuur passen, maar ook aansluiten bij de manier waarop het licht wordt verspreid. In een open hanglamp is de lamp zelf goed zichtbaar. Een filamentlamp kan daar decoratief zijn. In een gesloten armatuur is vooral de lichtopbrengst en warmteafvoer belangrijk.
Bij spots staat vaak een stralingshoek vermeld. Een smalle hoek geeft een gerichte lichtbundel en is geschikt om een werkblad, schilderij of ander klein oppervlak te verlichten. Een bredere hoek verspreidt het licht over een groter gedeelte van de ruimte.
Controleer bij inbouwspots ook de diameter en hoogte van de lamp. Zo voorkom je dat de nieuwe lamp uitsteekt of niet goed in de spot past.
7. Bekijk kleurweergave en levensduur
De kleurweergave van een lamp wordt uitgedrukt met de CRI- of Ra-waarde. Deze waarde geeft aan hoe natuurlijk kleuren onder het licht worden weergegeven.
Voor algemeen gebruik is een waarde van 80 of hoger meestal voldoende. Een waarde van 90 of hoger kan prettig zijn op plekken waar kleuren belangrijk zijn, zoals bij een spiegel, kunstwerk, kledingkast of werktafel.
Bekijk daarnaast de opgegeven levensduur. Deze wordt meestal in branduren vermeld. Houd er rekening mee dat dit een verwachting onder bepaalde testomstandigheden is. Warmte, veelvuldig schakelen en het gebruik in een slecht geventileerde armatuur kunnen invloed hebben op de werkelijke levensduur.
Een iets duurdere lamp met een passende lichtopbrengst, goede kleurweergave en betrouwbare garantie kan uiteindelijk een betere keuze zijn dan de goedkoopste lamp.
Handige checklist voor het kopen
Controleer voor aankoop deze punten:
- Past de fitting in de armatuur?
- Past de vorm en afmeting van de lamp?
- Geeft de lamp voldoende lumen?
- Past de lichtkleur bij de ruimte?
- Wat is het verbruik per 1.000 uur?
- Is de lamp dimbaar als dat nodig is?
- Past de lichtbundel bij het gebruik?
- Is de kleurweergave voldoende?
- Is de lamp geschikt voor een gesloten armatuur?
Bewaar eventueel de verpakking totdat je hebt gecontroleerd of de lamp naar wens werkt.
Veelgemaakte fouten bij het kiezen van een LED-lamp
Een veelgemaakte fout is een lamp uitsluitend op basis van wattage kiezen. Twee LED-lampen met hetzelfde vermogen kunnen een verschillende hoeveelheid licht geven.
Ook wordt soms alleen naar de fitting gekeken. Daardoor kan een lamp worden gekocht die technisch past, maar te groot is voor de lampenkap of niet de gewenste lichtbundel heeft.
Andere veelgemaakte fouten zijn:
- Een niet-dimbare lamp op een dimmer aansluiten
- Verschillende lichtkleuren in dezelfde ruimte combineren
- Te weinig lumen kiezen voor een werk- of leesplek
- Het energielabel beoordelen volgens de oude A++-schaal
- Geen rekening houden met een oudere transformator
Veelgestelde vragen
Hoeveel lumen heb ik nodig?
Dat hangt af van de ruimte, de functie van de lamp en het aantal lichtpunten. Voor sfeerverlichting zijn enkele honderden lumen vaak voldoende. Voor basisverlichting of een leesplek is meestal meer licht nodig.
Welke lichtkleur is gezellig?
Warmwit licht van ongeveer 2.200 tot 2.700 K wordt meestal als gezellig ervaren. Rond 3.000 K is het licht nog steeds warm, maar iets frisser.
Waarom heeft een LED-lamp soms energielabel F?
Het huidige energielabel gebruikt sinds 2021 een strengere schaal van A tot en met G. Daardoor vallen veel zuinige LED-lampen in de klassen E, F of G. Vergelijk vooral het aantal lumen en het verbruik per 1.000 uur.
Kan iedere LED-lamp in een gesloten armatuur?
Niet altijd. Een LED-lamp produceert minder warmte dan een gloeilamp, maar de elektronica moet haar warmte wel kwijt kunnen. Controleer daarom of de fabrikant aangeeft dat de lamp geschikt is voor een gesloten armatuur.
De juiste LED-lamp kiezen
Een goede LED-lamp past niet alleen in de fitting, maar ook bij de ruimte en het gebruik. Begin met de juiste fitting en afmetingen. Vergelijk daarna lumen, lichtkleur, energieverbruik en kleurweergave.
Controleer ten slotte of de lamp dimbaar is en of de vorm en lichtbundel bij de armatuur passen. Zo voorkom je een miskoop en kies je verlichting die prettig, praktisch en energiezuinig is.


