Energie besparen bij wassen en drogen hoeft niet ingewikkeld te zijn. De grootste winst zit meestal in minder vaak wassen, een goed gevulde trommel, een lagere temperatuur en zo weinig mogelijk gebruik van de wasdroger. Met een paar vaste gewoonten verlaag je het stroomverbruik zonder dat je wasroutine veel meer tijd kost.
In dit artikel lees je welke keuzes echt verschil maken, wanneer het ecoprogramma handig is en hoe je de droger zo zuinig mogelijk gebruikt.
Dit artikel bevat een affiliatelink. Als je via deze link iets koopt, ontvangt Woonivia mogelijk een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.
Waar zit de grootste besparing bij wassen en drogen?
Een wasmachine gebruikt vooral energie om het water te verwarmen. Daarom zijn de temperatuur en het gekozen programma belangrijk. Ook het aantal wasbeurten telt mee: twee halfvolle trommels gebruiken samen meestal meer energie en water dan één goed gevulde trommel.
Bij het drogen is de eenvoudigste besparing vaak nog groter. Een waslijn of droogrek gebruikt geen elektriciteit. Gebruik je wel een wasdroger, dan kun je besparen door het wasgoed eerst goed te centrifugeren en een programma te kiezen dat automatisch stopt zodra de was droog genoeg is.
Wil je eerst weten wat je wasmachine ongeveer gebruikt? Lees dan ook hoeveel stroom een wasmachine verbruikt.
1. Was alleen wanneer het nodig is
Niet ieder kledingstuk hoeft na één keer dragen direct in de wasmachine. Controleer eerst of er vlekken of een duidelijke geur zijn. Soms is luchten voldoende, vooral bij truien, vesten en broeken.
Minder vaak wassen bespaart stroom, water en wasmiddel. Bovendien blijft kleding doorgaans langer mooi, omdat vezels en kleuren minder vaak aan warmte, water en beweging worden blootgesteld.
2. Wacht op een goed gevulde trommel
Een volle trommel is per kilo wasgoed meestal zuiniger dan een kleine was. Vul de machine daarom goed, maar druk het wasgoed niet stevig aan. Bij een normaal katoenprogramma moet er meestal nog ongeveer een hand tussen de was en de bovenkant van de trommel passen.
Bij programma’s voor wol, fijne was en synthetische stoffen mag de trommel vaak minder vol. Volg hiervoor de handleiding van je wasmachine en het wasetiket van de kleding.
3. Kies het ecoprogramma voor normale was
Het programma eco 40-60 duurt vaak langer dan een normaal katoenprogramma, maar gebruikt minder energie en water. De langere programmaduur betekent dus niet automatisch dat het programma meer stroom verbruikt. Het verwarmen van water vraagt namelijk meer energie dan het langer laten draaien van de trommel.
Volgens Milieu Centraal gebruikt het ecoprogramma gemiddeld een kwart minder stroom dan een normaal katoenprogramma bij dezelfde temperatuur.
Gebruik eco 40-60 alleen voor wasgoed dat daar volgens het wasetiket geschikt voor is.
4. Was zoveel mogelijk op 20 of 30 graden
Voor licht en normaal vervuilde kleding is 20 of 30 graden vaak voldoende. Een lagere temperatuur vraagt minder energie en is meestal ook vriendelijker voor kleuren en stoffen.
Een warme was kan soms wel nodig zijn, bijvoorbeeld vanwege ziekte, een huisstofmijtallergie of sterk vervuilde schoonmaakdoeken. Volg in zulke situaties de hygiëneadviezen en het wasetiket.
Draai daarnaast ongeveer één keer per maand een was op 60 graden om resten van zeep en vuil in de machine te helpen verwijderen.
5. Gebruik een kort programma niet automatisch als bespaarstand
Een snel programma bespaart tijd, maar is niet altijd energiezuinig. Je mag de trommel bij zo’n programma vaak minder vol doen. Daardoor kan het stroomverbruik per kilo wasgoed juist hoger worden.
Kies een kort programma daarom vooral wanneer je weinig tijd hebt en slechts een kleine hoeveelheid licht vervuilde was wilt opfrissen. Voor een volle, normaal vervuilde trommel is het ecoprogramma meestal de logischere keuze.
6. Doseer wasmiddel nauwkeurig
Meer wasmiddel maakt kleding niet automatisch schoner. Een te hoge dosering kan resten in kleding en in de machine achterlaten.
Pas de hoeveelheid wasmiddel aan op:
- De hoeveelheid wasgoed
- De mate van vervuiling
- De hardheid van het water
- Het gekozen wasprogramma
Gebruik ook niet te weinig wanneer de was sterk vervuild is. De juiste dosering helpt om onnodig extra wassen te voorkomen.
7. Centrifugeer slim voordat je gaat drogen
Gaat de was daarna in de wasdroger? Kies dan het hoogste toerental dat geschikt is voor het wasgoed. Hoe minder vocht in de kleding achterblijft, hoe korter de droger hoeft te werken. Centrifugeren in de wasmachine kost minder energie dan vocht verwijderen in de wasdroger.
Hang je de was buiten op en heb je geen haast? Dan kun je juist een lager toerental kiezen. Controleer altijd het wasetiket, want kwetsbare stoffen zijn niet geschikt voor krachtig centrifugeren.
8. Gebruik zo vaak mogelijk een waslijn of droogrek
Aan de lijn of op een droogrek drogen gebruikt geen stroom. Buiten drogen is meestal het handigst, maar ook binnen kan dit goed werken. Zet een binnenrek bij voorkeur in een onverwarmde ruimte en zorg voor voldoende ventilatie om vochtproblemen te voorkomen.
Plaats een droogrek niet pal voor een radiator. Daardoor kan de warmte zich minder goed door de ruimte verspreiden. Een inklapbaar rek is handig wanneer je weinig ruimte hebt, omdat je het na gebruik gemakkelijk kunt opbergen.
Bekijk inklapbare droogrekken bij bol.com
9. Doe niet automatisch de hele was in de droger
Sorteer het wasgoed voordat je de droger vult. Handdoeken en beddengoed hebben vaak meer droogtijd nodig dan dunne shirts. Door zware en lichte stoffen apart te drogen, voorkom je dat een deel van de was onnodig lang in de machine blijft.
Je kunt ook alleen de kledingstukken die je snel nodig hebt in de droger doen en de rest ophangen. Zo beperk je de droogtijd zonder volledig van de droger af te zien.
10. Kies een automatisch of zuinig droogprogramma
Een programma met vochtsensor stopt wanneer het ingestelde droogniveau is bereikt. Dat is meestal zuiniger dan een tijdprogramma dat blijft draaien terwijl de was al droog is.
Kies waar mogelijk het eco- of standaard katoenprogramma. De standen extra droog en zeer droog gebruiken doorgaans meer energie. Strijkdroog kan juist voldoende zijn wanneer je het wasgoed daarna strijkt of nog even laat nadrogen.
11. Maak filters en condensor op tijd schoon
Een vervuild pluizenfilter belemmert de luchtstroom. Daardoor kan een droogprogramma langer duren en werkt de droger minder goed. Maak het pluizenfilter daarom volgens de gebruiksaanwijzing schoon en gooi het pluis bij het restafval.
Controleer ook het onderhoudsadvies voor de condensor. Sommige warmtepompdrogers reinigen deze automatisch; bij andere modellen moet je dit zelf doen. Houd daarnaast de ruimte rond en onder de droger stofvrij.
12. Gebruik zelf opgewekte zonnestroom wanneer dat kan
Heb je zonnepanelen? Laat de wasmachine of droger dan bij voorkeur draaien wanneer je panelen stroom opwekken. Je gebruikt dan meer van je eigen elektriciteit direct in huis.
Veiligheid blijft belangrijk. Laat apparaten alleen draaien wanneer je thuis bent of wanneer de fabrikant duidelijk aangeeft dat bediening op afstand veilig kan worden gebruikt. Laat een droger niet onbeheerd aanstaan wanneer je van huis gaat of gaat slapen.
Een eenvoudige zuinige wasroutine
Met deze vaste volgorde hoef je niet bij iedere wasbeurt opnieuw na te denken:
- Controleer of wassen echt nodig is
- Sorteer op kleur, materiaal en geschikte temperatuur
- Wacht tot je voldoende was hebt voor het gekozen programma
- Doseer het wasmiddel volgens de verpakking, vervuiling en waterhardheid
- Kies 20 of 30 graden of het ecoprogramma wanneer dat geschikt is
- Centrifugeer op een hoge stand als de was in de droger gaat
- Hang zoveel mogelijk was op
- Gebruik voor de resterende was een automatisch droogprogramma
- Maak het pluizenfilter na gebruik schoon wanneer de handleiding dat voorschrijft
Wil je ook buiten de wasruimte besparen? Bekijk dan 10 slimme tips om thuis energie te besparen en de energiebesparende producten voor thuis.
Wat kun je besparen door de droger minder te gebruiken?
Hoeveel je precies bespaart, hangt af van het verbruik van je droger, het aantal droogbeurten en je stroomtarief. Op het energielabel voor wasdrogers staat het verbruik in kWh per 100 droogbeurten met het ecoprogramma.
Gebruik deze formule:
Verbruik per 100 droogbeurten ÷ 100 × aantal droogbeurten per jaar × stroomprijs
Staat er bijvoorbeeld 100 kWh per 100 droogbeurten op het label en gebruik je de droger drie keer per week? Dan is het berekende jaarverbruik:
- 100 kWh ÷ 100 = 1 kWh per droogbeurt
- 3 droogbeurten × 52 weken = 156 droogbeurten per jaar
- 156 droogbeurten × 1 kWh = 156 kWh per jaar
- 156 kWh × € 0,30 = € 46,80 per jaar
Wanneer je in dit voorbeeld de helft van de was ophangt, bespaar je theoretisch ongeveer 78 kWh en € 23,40 per jaar. In de praktijk kan het bedrag verschillen door de belading, het programma, het resterende vocht en je werkelijke stroomprijs.
Waar let je op bij een nieuwe wasdroger?
Sinds 1 juli 2025 loopt het nieuwe energielabel voor wasdrogers van A tot en met G. Klasse A is het zuinigst. Kijk niet alleen naar de letter, maar ook naar het concrete verbruik in kWh per 100 droogbeurten.
Let daarnaast op:
- Een capaciteit die past bij je wasmachine en huishouden
- Het energieverbruik per 100 droogbeurten
- De aanwezigheid van een vochtsensor
- De programmaduur van het ecoprogramma
- Het geluidsniveau
- De condensatie-efficiëntie
- De bereikbaarheid van filters en condensor
Een warmtepompdroger gebruikt aanzienlijk minder stroom dan een traditionele condens- of luchtafvoerdroger. Koop echter niet automatisch een nieuw apparaat wanneer je huidige droger nog goed werkt en je hem weinig gebruikt. Vergelijk eerst het werkelijke verbruik en bereken hoeveel je met vervanging kunt besparen.
Op Energielabel.nl staat uitgelegd hoe je het vernieuwde energielabel leest. Voor gebruiks- en kooptips kun je ook de informatie over wasdrogers van Milieu Centraal bekijken.
Veelgestelde vragen
Is wassen op 30 graden altijd voldoende?
Voor veel normaal vervuilde kleding wel. Bij ziekte, allergieën, sterk vervuilde schoonmaakdoeken of specifieke hygiëne-eisen kan een hogere temperatuur nodig zijn. Controleer het wasetiket en volg passende hygiëneadviezen.
Is het ecoprogramma echt zuiniger als het langer duurt?
Ja, meestal wel. Het programma verwarmt het water minder sterk en gebruikt vaak minder water. De langere draaitijd vraagt doorgaans minder energie dan het extra verwarmen van water bij een korter programma.
Welk toerental is het zuinigst?
Dat hangt af van de manier van drogen. Gebruik een hoog toerental wanneer de was daarna in de droger gaat. Bij buiten drogen kun je een lager toerental kiezen, omdat wind en buitenlucht het resterende vocht zonder elektriciteit verwijderen.
Is een warmtepompdroger altijd de beste keuze?
Wanneer je vaak een droger gebruikt en een nieuw apparaat nodig hebt, is een zuinige warmtepompdroger meestal de beste keuze voor het stroomverbruik. Gebruik je de droger zelden, dan kan minder vaak drogen of vaker een wasrek gebruiken financieel meer opleveren dan direct een nieuw apparaat kopen.
Conclusie
Energie besparen bij wassen en drogen begint met minder vaak wassen, een goed gevulde trommel en een geschikt programma op een lage temperatuur. De grootste extra besparing bereik je door zoveel mogelijk was aan de lijn of op een droogrek te laten drogen.
Heb je de wasdroger toch nodig? Centrifugeer het wasgoed goed, kies een automatisch zuinig programma en houd filters en condensor schoon. Zo verlaag je het energieverbruik zonder dat je wasroutine onpraktisch wordt.


